Categorie archief: schrijfkunst

Schrijf jezelf gezond!

Elke dag een kwartier vrij schrijven is goed voor de fysieke en mentale gezondheid, aldus psycholoog James Pennebaker. Mensen die een dagboek bijhielden bleken na één maand al beter te functioneren in werk en sociale relaties. Bovendien werd er minder gebruikgemaakt van pijnstillers, zagen ze hun bloeddruk, hartslag en stresshormoon spiegels dalen en kregen ze een sterker werkend immuunsysteem. Autobiografisch schrijven lijkt hierdoor een goedkoop en zeer effectief middel tegen stress; schrijven als zelftherapie.

Dat autobiografisch schrijven therapeutische waarde heeft is niet nieuw. Al in de Oudheid werd gebruik gemaakt van dagboekschrijven. Volgens de Romeinse filosoof Seneca moest men dagelijks “een beroep op de ziel doen om zichzelf te uiten”. De functie van het dagboek is sindsdien onveranderd: het registreert je innerlijke groei. Het is spiegelen met woorden. Je kan vrij experimenteren met gedrag, gedachten en gevoelens. Niemand die stiekem over je schouder meekijkt. Het is veilig, je kan het gebruiken om zin aan het leven te geven, en ook om weer zin in het leven te krijgen. Een ieder, die zelf een dagboek bijhoudt kent het gevoel; je achtervolgt je eerste gedachte waardoor een hele gedachtenstroom opgang komt. De taal als vangnetje van rond dwarrelende gedachten. Eenmaal gevangen krijgen ze gestalte en doelmatigheid. Je schrijven is wijzer dan jijzelf! Pennebaker heeft van het onderzoek naar mensen die voor zichzelf schrijven zijn levenswerk gemaakt en is er inmiddels ook achter wáárom vrijschrijven zo heilzaam is.

Zijn recente bevindingen beschrijft hij in zijn nieuwste boek “Secret Life of Pronouns” (2011). Volgens de sociaal psycholoog aan de Universiteit van Austin (Texas) werkt vrijschrijven echter niet voor iedereen. Uit zijn onderzoek blijkt namelijk dat er in de geschriften van de mensen die het meeste baat hebben bij het opschrijven van hun traumatische ervaringen er verschuivingen plaatsvinden van een overwegend gebruik van de eerste persoon (ik, me, mijn) naar het gebruik van verschillende persoonlijke voornaamwoorden (je, jij, wij, men). Bovendien zag hij een toename aan woorden die causale verbindingen leggen (omdat, daarom, zo komt het dat). Deze schrijvers maken de moeilijke situatie waarin zij verkeren onpersoonlijk, kijken er van een afstandje naar, en zoeken er letterlijk woorden voor; ze maken er een verhaal van. Het dagboek als een toevluchtsoord, een inwendige oefenzaal waarin je jezelf kan terugtrekken van de beslommeringen van het dagelijkse bestaan. Een plek waar je alleen kunt zijn met je gedachten en je aan je geestelijke oefeningen kan wijden. Het schrijven is een soort geestelijke work-out, neem een situatie die je dwars zit en denk er grondig over na door de zaak op verschillende kanten te bekijken.

Een dagboek is dus heel geschikt om te reconstrueren wat de aanleiding is geweest voor bepaalde negatieve emoties. Dus niet steeds hetzelfde riedeltje herhalen, maar door middel van stevige zelfreflectie (ja dagboeken schrijven is niet voor de faint-hearted) kunnen we er proberen achter te komen welke disfunctionele opvattingen en gevoelens opgeroepen worden. We kunnen ze tegen het licht houden en onderzoeken of ze eventueel nog van toepassing of zinvol zijn. Door dit nieuwe inzicht kunnen we vervolgens proberen dit aan te passen. Maar in plaats van de dagen te tellen dat iets niet lukt, tel je de dagen waarop je succes boekt. Als vooruitgang zichtbaar wordt en in meetbare eenheden kan worden uitgedrukt geeft dat de moed om ermee door te gaan. Als we een dagboek zo gebruiken, gaan we met onszelf een gesprek aan. We leveren strijd met onze destructieve denkgewoontes, en proberen een nieuw standpunt uit, en brengen dit net zo lang in de praktijk totdat het nieuwe standpunt zelf ook weer een gewoonte wordt.

Zelf schrijf ik ook geruime tijd een dagboek. Mijn dagboek is de veiligste plek om eens te experimenteren zonder verwachtingen. Kijk eens waar je “onder”bewuste je mee naar toe neemt. Vaak kom je tot de ontdekking dat dat nooit ontgonnen oases van je geest zijn. Eigenlijk is dagboekschrijven net mediteren, in de zin dat je geen streven hebt naar iets, geen hunkering, geen wederkerigheid verwacht, maar gewoon scheppend bezig zijn. Je laat het schepsel dat in jou zit vrij. Dat is de magie van het schrijven. Daardoor ontstaat er ruimte voor inzicht, voor rust en aanvaarding. Je krijgt terug wat je erin stopt. Als je je helemaal blootgeeft, alle taboes, schaamte, boosheid, verdriet en angst doorprikt en laat zijn, dan zul je versteld staan. Dat zijn de voorwaarden voor een prachtig dagboek en daardoor een prachtig verhaal en een prachtig leven. Weg met al je verwachtingen, stel je zo kwetsbaar mogelijk op en wees eerlijk, nieuwsgierig en onderzoekend, en het wordt je dierbaarste bezit; jouw levensverhaal. Vertrouw je intuïties, dat is de kracht van de openbaring!

“Vuistregels” voor het dagboekschrijven:

  • Volg je eerste gedachte, associeer, en vergeet zelfcensuur.
  • Vergeet voor even alle regels van grammatica en spelling.
  • Zet je innerlijke criticus buiten de deur.
  • Schrijf ergens waar je niet gestoord kunt worden.
  • Betrek al je zintuigen in het schrijven.
  • Probeer verbanden te leggen.
  • Gebruik eens een ander perspectief.
  • Schrijf niet langer dan 15-20 minuten per keer, zo geef je piekeren geen kans.
  • Wees altijd 100 procent eerlijk naar jezelf, niemand hoeft te weten wat jij schrijft.
  • Maar vooral schijf, schrijf, schrijf!

Nota bene: dit was mijn tweede vrije opdracht voor de cursus wetenschapsjournalistiek die ik volg bij Stichting Cursussen Wetenschapscorrespondentie (http://wetenschapsjournalistiek.nl). Het is bedoeld voor een tijdschrift als “Psychologie Magazine” en geeft tevens mijn filosofie over dagboekschrijven weer. Voor mensen die zelf geïnteresseerd zijn om autobiografisch te gaan schrijven en daar begeleiding in willen krijgen, ik ben druk bezig met de voorbereidingen voor een cursus autobiografisch schrijven. Check de website voor updates.

Copyright © 2013 dwarsliggersschrijven.nl

Schrijfkunst en de kunst van het schrijven.

Zo, dan is ie er toch eindelijk; mijn eerste echte blog. En heel toepasselijk nog wel, over schrijfkunst en de kunst van het schrijven. Ik schrijf nu een jaar een dagboek en sinds kort ook gedichten. En ik kom er steeds meer achter dat “het schrijven” wel bij me past. Het is tegelijkertijd contemplatief en creatief, onderzoekend en duidend. De toverwoorden: associatie, reflectie en integratie. Eigenschappen die een wetenschappelijk onderzoeker niet vreemd zijn. Het komt dus niet als donderslag bij heldere hemel. Toch is er iets bijzonders aan de hand- ik heb soms haast een dwangmatige neiging tot schrijven, bij het manische af. Het overkomt me gewoon, ineens komen er allemaal zinnen en woorden in m’n hoofd en die moet ik dan ook als één of andere neuroot direct opschrijven. Ik kan de gedachtenstroom die zij op gang brengt nauwelijks bijhouden, op zoek naar … het onwezenlijke wat verwezenlijkt moet worden. Maar je kent het pas, als de letters zich voor je ogen op papier (of beeldscherm) uitstorten. Dat is zo’n bijzonder verschijnsel (jaja, hét schrijverscliché) mijn schrijven lijkt wijzer dan ikzelf! Het schrijven schrijft zijn eigen verhaal en ik verbaas me telkens wat er op papier komt te staan. Het blijft me verwonderen het proces van het ontstaan van iets uit het niets, en ik lijk er nauwelijks zelf sturing over te hebben. Het vloeit gewoon uit m’n hoofd via m’n pen op papier. Het wordt werkelijk ter plekke gesmeed uit een krocht van mijn neuronale bestaan. En dat is voor iemand die proeven bedenkt op basis van voorspellingen een hele nieuwe gewaarwording kan ik je wel vertellen.

“Een taal valt samen met een specifieke ervaring van de wereld. De taal als geheel vertolkt deze ervaring. Wat we normaal onder talen verstaan – het proces van het vinden van talige equivalenten – is een proces dat zich altijd ophoudt binnen het bereik van de overgang tussen het denken tegenover het ervaren van de wereld.” De hermeneutiek (= interpretatieleer) slaat in die zin ook niet enkel de symbolische waarde van woorden maar het beoogt het interpreteren van ons gehele wezen en waarheid. Met de interpretatie ervan ervaren we de veranderde werkelijkheid. Deze redenering van de briljante Duitse filosoof Heidegger (waar ik het overigens geheel eens ben, al was het maar omdat het mijn ervaring verwoord) heeft ook als gevolg dat er dus geen sprake kan zijn van universaliteit van de interpretatie. Deze wordt daarmee een private aangelegenheid- letterlijk het toe-eigenen van het (geschreven) woord.

Dit verklaart voor mij de essentie dat het schrijven wel van mij komt maar nog niet van mij is. En dat is gewoon zo’n bizarre gewaarwording. Wilde ik eerst nog wel dat ik zowel de auteur als de verteller was, kom ik daar nu op terug. Het feit dat ik me wél de auteur voel maar niet de verteller is onderdeel van de magie van het schrijven. Ik ben de boodschapper van mijn innerlijke verteller, en dat vind ik eigenlijk wel prima. Leuk zelfs, en verrassend! Dat maakt ook dat ik het proces van het schrijven boeiender vind dan het uiteindelijke resultaat. Het moet een stem krijgen; de geboorte van een creatie die de wijde wereld in moet. De schepping uit onbevangenheid, dat is inspiratie, en dan moet het verhaal zichzelf maar zien te rooien. Het wordt dan een zelfstandige entiteit die los staat van haar verwekker. Wat wel heel grappig is dat ik door dit proces van schrijven nu ook heel anders tegen literaire interpretaties aankijk. Vond ik dat op de middelbare school nog de grootst mogelijke onzin dat men bijvoorbeeld Shakespeare vanuit een marxistisch standpunt probeerde te herinterpreteren (vooral om “vernieuwend” te zijn), want dat was toch nooit de bedoeling van Shakespeare geweest? Nu weet ik wel beter, die beste man wist waarschijnlijk zelf niet eens hoe die z’n eigen creaties interpreteren moest. Je schrijft namelijk (of liever gezegd ik schrijf niet) met een vooruitgedacht doel. Dat maakt creatief (vrij)schrijven ook fundamenteel verschillend van wetenschappelijk schrijven, want bij de laatste begin je met het doel. Een wetenschappelijk artikel is a priori teleologisch; het doel is de boodschap, jouw interpretatie van de empirische data. Dan schrijft het verhaal zichzelf helemaal niet, dan vallen boodschapper en verteller samen. Bij creatief schrijven ontstaat er een spanningsveld tussen boodschapper, verteller en interpreet; de interpretatie is a posteriori, ook voor de auteur. De Oude Grieken zagen schrijvers als boodschappers van de goden. Dat gaat mij een stap te ver, maar het klopt wel dat ikzelf een “stem” vertolk waarbij ik van te voren geen inzicht in heb, zelfs geen weet van heb. Dat maakt schrijven naast fascinerend voor mij ook zo zinvol, of zoals Heidegger het verwoord “de zelfuiting van facticiteit van de menselijke existentie”. Daarmee bedoelt hij het bekendmaken van het zelf en diens zienswijze aan zichzelf. Dit is kunst, dit onderscheid ons van andere levensvormen. Ik ben de boodschapper van mijn “zelf” geworden. Ik overstijg het mens-doen naar het mens-zijn. En wat voor mij het schrijven, en vooral dichten, zo uniek maakt ten opzichte van andere kunstuitingen is dat ik door middel van het schrijven de abstractie en symboliek van de taal zelf ter sprake breng. Nog zo’n onderscheidt tussen ons talige menszijn en niet-talige wezens. Nou ja, het moge duidelijk zijn, het schrijven is mijn nieuwe grote liefde geworden. Bovendien blijkt schrijven ook nog eens supergoed voor je gezondheid te zijn! Wat wil een mens nog meer? Meer daarover in mijn volgende blog “schrijf jezelf gezond“.

Copyright © 2013 dwarsliggersschrijven.nl